Stop met wachten op het volgende seizoen
De zoveelste zomerhittegolf in Nederland lijkt een feit. De temperaturen blijven rond de 30 graden en meer. De lucht is warm en klam en verkoeling zoeken is soms lastig. In de tuin groeit alles fantastisch, maar wel allemaal tegelijk. Alles vraagt om aandacht. Water geven, oogsten, plukken en ondertussen proberen bij te houden wat er allemaal groeit. En of de mensen om mij heen nu ook een tuin hadden om te onderhouden of niet, afgelopen zomer leek voor veel mensen daarom niet bepaald fijn te zijn geweest. Want de wens voor het najaar, de koelere maanden en zelfs kerst was er gedurende deze zomer blijkbaar massaal.
Onze zomer is inderdaad heet geweest. De tuin was soms moeilijk bij te houden en er waren dagen waarop ik zelf ook verlangde naar wat regen, koelere temperaturen en iets meer rust. Maar door steeds te wensen voor iets anders, missen we ook gewoon wat er recht voor ons ligt. Een kleine terugblik op deze zomer zette me daarom aan het denken. Want we zijn zo gewend om vooruit te kijken. Naar het weekend, de vakantie, het volgende seizoen. Naar iets wat nog moet komen en waarvan we denken dat het fijner, rustiger of mooier zal zijn dan wat er nu is. Maar ondertussen is dit het moment dat we nu hebben.
Stop wishing for the next thing
Tussen alle berichten over de hitte zag ik gelukkig ook een bericht op social media voorbij komen dat ongeveer zei: stop wishing for the next thing, because one day you’ll wish you had one more July. Die zin bleef bij me hangen. Want het klopt. Er komt voor ons allemaal een moment waarop we zouden willen dat we nog één keer een zomer mee konden maken. Nog één keer die lange avonden, warme lucht, blote voeten en de geur van een tuin die volop bloeit. Nog één keer die overvloed aan bloemen, bessen en groenten, of iets anders wat voor jou de zomer markeert. En misschien is dat wel precies wat we vergeten wanneer we steeds verlangen naar wat daarna komt. Als je in augustus al verlangt naar december, vergeet je misschien om de bramen te plukken. Als je in oktober alleen maar verlangt naar de eerste warme lentedag, mis je misschien de ochtend waarop de tuin bedekt is met dauwdruppels. En als je in februari alleen maar kunt wachten op de eerste bloemen, vergeet je misschien hoe bijzonder het is dat het voorjaar al maanden eerder begint, onder de grond. Want ieder seizoen heeft dingen die alleen dán bestaan.
Waarom verlangen we steeds naar het volgende?
Waarom doen we dit eigenlijk? Waarom is het zo makkelijk om te verlangen naar iets wat we nog niet hebben, in plaats van te genieten van wat er nu is? Misschien omdat we altijd iets hebben om naar uit te kijken. Het volgende weekend. De vakantie. Een nieuw seizoen. Langere dagen. Meer zon. Juist wat we op dat moment missen, lijkt aantrekkelijk. En daar is natuurlijk niets mis mee. Het is fijn om ergens naar uit te kijken. Om plannen te maken en te dromen over wat er nog komt. Maar als we steeds bezig zijn met het volgende, vergeten we misschien om echt stil te staan bij wat er nu gebeurt. Want ondertussen gaat het leven gewoon door. De bramen worden rijp. De bloemen bloeien. De bladeren vallen. De dagen worden korter. En voor je het weet is het moment alweer voorbij. De tuin is daarin misschien wel de beste leermeester. Een bloem wacht niet op het volgende seizoen. Ze bloeit wanneer het haar tijd is. Een boom probeert de herfst niet over te slaan. En in de winter hoeft de tuin niets te bewijzen. Alles heeft zijn moment en het is aan ons om dat op te merken.
Wat betekent seasonal living?
Dat is ook waar seasonal living voor mij over gaat. Niet dat je je hele leven moet aanpassen aan de kalender of dat je in de zomer alleen maar buiten moet zijn en in de winter binnen moet blijven. Voor mij betekent het vooral dat je probeert mee te bewegen met de seizoenen. Dat je kijkt naar wat een bepaald seizoen je geeft, in plaats van steeds te verlangen naar wat het volgende seizoen misschien brengt. En dat je vervolgens probeert om op jouw manier het mooiste van dat seizoen te maken.
In de zomer is er overvloed. Alles groeit en bloeit, overal waar je kijkt. Er zijn bloemen om te plukken, groenten en fruit om te oogsten en lange avonden om buiten door te brengen. Wanneer de zomer langzaam overgaat in de herfst, verandert de tuin. Hoewel de uitbundigheid van bloemen afneemt, ontstaat er ruimte voor iets anders. Gedroogde bloemen en zaaddozen blijven staan. Planten krijgen een prachtig wintersilhouet en met een laagje vorst zijn ze ineens weer fantastisch om te fotograferen. Vogels vinden voedsel tussen de uitgebloeide bloemen. En de uitbundigheid maakt langzaam plaats voor rust. Andersom geldt ook dat we het niet jammer hoeven te vinden wanneer een seizoen ten einde komt. Zoals gezegd heeft alles zijn eigen moment. Het gaat erom dat we genieten van wat er op dat moment te vinden is. Of het nu groot is of juist heel klein.
En wat brengt het najaar ons dan?
Inmiddels ligt de zomer achter ons en zijn de -bermaanden aangebroken. Voor mij een periode van rust en reflectie, maar ondanks de koude en donkere dagen ook een tijd om te genieten van wat deze maanden zo typeert.
Oktober brengt de eerste frisse ochtenden, warme kleuren en een tuin die langzaam verandert. De laatste bloemen bloeien nog, terwijl de eerste bladeren van de bomen vallen. Het is een fijne tijd om buiten te zijn zonder dat je per se iets hoeft te doen. De perfecte tijd voor een wandeling in het bos, om de laatste bloemen te plukken, bladeren te verzamelen en gedroogd plantmateriaal te bewaren om later een krans van te maken. En natuurlijk om bloembollen te planten voor het voorjaar. In de maanden die volgen worden de dagen korter en laat de tuin steeds meer van haar structuur zien. Waar in de zomer vooral de bloemen de aandacht trekken, vallen nu de vormen van planten, takken en zaaddozen op. Juist die ogenschijnlijke leegte heeft iets heel moois. Een koude ochtend waarop de zon laag over de tuin schijnt. Een wandeling door het bos met koude wangen en rode handen. Daarna thuiskomen met een warme kop koffie of thee. Het hoeft ook zeker niet allemaal groot te zijn. Misschien is dat juist wel de bedoeling.
En januari en februari? De maanden waar iedereen het liefst zo snel mogelijk doorheen lijkt te willen. Het is donker, koud en nat. De lente lijkt nog eindeloos ver weg. Maar ook daar gebeurt meer dan je op het eerste gezicht zou denken. De tuin rust, maar onder de grond gaat het leven gewoon door. Op heldere ochtenden ligt er vaak een prachtig laagje vorst op de planten en wanneer de zon onverwacht tevoorschijn komt, voelt die ineens extra warm. Je kunt de eerste sneeuwklokjes ontdekken en langzaam merken dat het licht iedere dag weer iets langer blijft. Tot het voorjaar er ineens weer is.
Niet alles hoeft nu
Misschien is dat uiteindelijk wat seasonal living ons leert. Dat niet alles nu hoeft. Dat een tuin niet altijd vol bloemen hoeft te staan. Dat een seizoen niet beter wordt als het sneller voorbijgaat. En dat we niet iedere maand hoeven te vergelijken met de maand ervoor of met wat er daarna komt. De zomer mag zomer zijn. De herfst mag herfst zijn. En de winter hoeft niet op de lente te lijken om mooi te zijn. Natuurlijk mogen we verlangen naar wat komt. We mogen uitkijken naar de eerste lentedag, naar warme avonden of naar een zomer vol bloemen. Maar misschien kunnen we tegelijkertijd iets meer aandacht hebben voor wat er nu is. Voor de bramen in augustus. Voor de eerste gevallen bladeren in oktober. Voor de vorst op een koude ochtend. Voor de bloembollen die we in het najaar planten, zonder precies te weten hoe mooi ze maanden later zullen worden. Want ieder seizoen gaat voorbij. En misschien komt er ooit een moment waarop we terug zouden willen naar precies dit seizoen, naar precies deze dag, naar precies dit moment.